Austin-Sparks.net

Het Koninkrijk, de Kracht en de Heerlijkheid

door T. Austin-Sparks

Hoofdstuk 4 - De Eerste de Laatste Adam

“Aldus staat er ook geschreven: de eerste mens, Adam, werd een levende ziel; de laatste Adam een levendmakende geest … De eerste mens is uit de aarde, stoffelijk, de tweede mens is uit de hemel. Gelijk de stoffelijke is, zijn ook de stoffelijken, en zoals de hemelse is, zijn ook de hemelsen. En gelijk wij het beeld van de stoffelijke gedragen hebben, zo zullen wij het beeld van de hemelse dragen” (1 Cor. 15:45,47-49).

Hier zien we een belangrijk onderscheid en enkele definities, die voor ons geestelijk inzicht en groei van het grootste belang zijn. Er is één overeenkomst, maar verder zijn het tegenstellingen.

Adam, een type van Christus

De ene overeenkomst is de naam – Adam, de eerste Adam en de laatste Adam. Deze twee zijn ieder het hoofd van een ras. God heeft ze als zodanig aangesteld. Ze zijn beiden Hoofd. We komen hier nog op terug, maar we willen nu eerst over de verschillen spreken, en die zijn enorm.

Het radicale verschil tussen Christus en Adam

Uiteraard zijn we het er over eens dat er een heel groot verschil is tussen Adam en Christus. Maar het betekent meer dan we waarschijnlijk vermoed hebben. Dit gedeelte is van buitengewoon groot belang. Wat ik bedoel is het volgende: veel christenen hebben het idee dat Gods bedoeling met de verlossing van de mens is dat die terug komt op de plaats waar Adam was vóór de val. Denkt u dat ook? Dan hebt u het helemaal mis. Dat is Gods bedoeling hele¬maal niet. Hij maakt ons niet gelijkvormig aan de eerste Adam, zoals hij voor de zondeval was. Hij gaat oneindig veel verder dan een zondeloze Adam. God heeft Iemand van een totaal andere orde dan de zondeloze Adam. De eerste Adam was een levende ziel, de laatste Adam is een levendmakende Geest. De eerste Adam was uit de aarde, aards. De laatste Adam of de tweede mens is uit de hemel, hemels. Daarom: “gelijk wij het beeld van de stoffelijke gedragen hebben, zo zullen wij (kanttekening K.J.: zo laat ons) het beeld van de hemelse dragen.” De kanttekening suggereert dat niet allen het beeld van de hemelse zullen dragen. We moeten dit bevestigen. Maar laten we dit even laten rusten en eerst zien wat deze tekst betekent.

Deze hemelse Mens, deze laatste Adam, deze levendmakende geest, is van een totaal andere orde dan de zondeloze Adam, van een veel hogere orde. Nu betekent dat niet dat de eerste Adam, als hij gehoorzaam gebleven was, niet op een gegeven moment veranderd zou zijn naar de hemelse orde. Maar daar gaat het nu niet om. Dat zou hebben kunnen gebeuren. Maar helaas gebeurde er iets anders en daarom bleef Adam behoren bij een bepaalde orde. Maar niet Gods volledige orde, niet Gods volle gedachte. Het was niet het doel waar God naar toe werkte. God heeft iets dat oneindig veel groter is dan de zondeloze eerste Adam. Zijn laatste Adam, Zijn tweede mens, is een hemelse orde, een geestelijke orde, en – prijs God – een orde die de dood niet meer kent. Daar gaat het om in 1 Corinthe 15. Het is het hoofdstuk van de opstanding en wat de volgorde in de opstanding is. Het gaat er over wat het opstandingslichaam is. Het laat ons zien dat de opgestane mens, in tegenstelling tot de eerste Adam, geen vergankelijkheid kent. Daarom staat er van de laatste Adam geschreven: “Gij zult niet toelaten dat uw heilige de verderving zie” (Ps. 16:10b, S.V.). Ziet u het geweldige verschil? Laten we daarom niet terugvallen op dat niveau van een zondeloze eerste Adam. Het is misschien wel veel beter dan onze huidige natuurlijke positie, maar voor God is het niet goed genoeg. Daarom mag het ook niet goed genoeg zijn voor ons. “Laten wij daarom het beeld van de hemelse dragen.” Dit is het eerste wezenlijke en grote verschil tussen de eerste en de laatste Adam.

Gelijkvormig aan het beeld van Gods Zoon

Dit maakt duidelijk wat Gods doel is. Nu God de Here Jezus tot Hoofd van Zijn nieuwe schepping, Zijn nieuwe mensenras, gemaakt heeft, is het Zijn doel dit ras gelijkvormig te maken aan het Hoofd. Christus wordt zo het ene doel dat God voor ogen staat en waar al Gods werk op gericht is. In de eerste schepping waren al Gods werken erop gericht en liepen daarop uit, dat de mens naar Zijn beeld en gelijkenis naar voren gebracht werd. De Here is nu aan het werk in de nieuwe schepping, in u en mij, om ons gelijkvormig te maken aan het beeld van Zijn Zoon. God heeft slechts één werk te doen en dat is Zijn werk. Dat moeten we beseffen als we inzien dat God probeert iets te doen. De Here is aan het werk. We zien misschien niet wat Hij op dit moment aan het doen is, maar als we die ene allesbeheersende vraag stellen: “Wat verlangt de Here nu te doen?”, is er maar één antwoord. Dat antwoord omvat iedere methode, ieder middel, elk belang van God. Je kunt het terugbrengen tot dit ene eenvoudige, allesomvattende: Hij verlangt Zijn Zoon in ons te reproduceren, ons gelijkvormig te maken aan het beeld van Zijn Zoon.

Van eeuwigheid af heeft God dat grote verlangen gehad om Zichzelf uit te drukken. Alles wat geschapen is, is Gods manier om Zich uit te drukken. Als we nu naar de Here Jezus kijken, zien we dat God Zijn verlangen realiseert. Als we dan kijken naar Zijn werk in ons, zien we hoe Gods verlangen zich uitbreidt om, verder dan in de individuele persoon van de Here Jezus, Zich ook in de gemeente, die Zijn lichaam is, te reproduceren. Dat wil zeggen dat de gemeente tot een uitdrukking van Christus gemaakt wordt. Dat is heel eenvoudig en heel elementair, maar het is deze hemelse orde, waarvan Christus het Hoofd is, die God verlangt tot stand te brengen in een nieuw mensenras.

Een levendmakende geest

Het volgende punt is dat de laatste Adam een levendmakende geest is. Dank God daarvoor! Adam kon zich alleen naar zijn aard voortplanten. Zijn aard was van een aardse orde, een orde van de ziel. Hij kon niets voortbrengen naar Gods volledige en uiteindelijke gedachte. Hij kon zich onmogelijk voortplanten in een orde die boven zijn eigen niveau uitging. Zelfs voor de zondeval kon hij dat niet. De Here Jezus is door dezelfde wet gebonden, maar het verschil is dat Hij als levendmakende geest, als Hij naar Zijn eigen aard voortbrengt, macht heeft het goddelijke voornemen tot stand te brengen, doordat Hij deze hemelse, geestelijke orde voortbrengt.

Dit brengt ons terug naar de evangeliën. Daar vinden we alle goddelijke principes in de kiem. In Mattheüs 3 komt de Here Jezus uit het water te voorschijn, beeld van het graf, waarin het ene menselijke geslacht aan de kant gezet wordt en weggedaan uit Gods oog, en het nieuwe geslacht zichtbaar wordt in Zijn nieuwe Hoofd, Jezus Christus. Zodra dat Hoofd en dat geslacht te voorschijn komen, daalt de Heilige Geest op Hem neer. Vanaf dat moment is iedere beweging, ieder woord en elk moment in Zijn leven door de kracht en de leiding van de Geest. Het eerste dat we dan in Mattheüs lezen is: “Toen werd Jezus door de Geest … geleid”, en zo bleef het tot het einde van Zijn leven. We zien dus het nieuwe menselijke geslacht dat zijn begin heeft in zijn Hoofd. In eenheid met Hem, niet als twee verschillenden, wordt de Geest met de Zoon de krachtbron waardoor het einddoel bereikt zal worden – een levendmakende geest. De Here Jezus in ons, de Heilige Geest in ons – dat betekent hetzelfde – is de krachtbron om voort te brengen naar Zijn aard. Dat maakt een hemelse orde mogelijk.

De betekenis van de doop

Dit woord brengt ons terug naar onze geestelijke kinderjaren, en heeft alles te maken met ons getuigenis in de doop. Het gaat in een doopdienst niet slechts om een stap van gehoorzaamheid in het volgen van Jezus. We leggen getuigenis af van het geweldige feit dat de schepping waarvan wij van nature deel uitmaken, niet langer de schepping is waarin wij willen leven. Het is een afgesloten gebied. God Zelf heeft het afgesloten. Dat is gebeurd door begrafenis. Nu wordt er maar Eén gezien, het Hoofd van het nieuwe mensdom, de Here Jezus. We worden in Hem gedoopt en als ons Hoofd beheerst Hij al onze belangen en verlangens. Het enige waar het op aan komt is dat we gelijkvormig worden aan Zijn beeld, dat we zijn zoals Hij is, van dezelfde orde, hemels en geestelijk, in het diepst van ons wezen. Als u dieper op het Woord ingaat, zult u zien dat alles waar God Zijn zegel op drukt, te maken heeft met het Hoofd-zijn van de Here Jezus. Dat was het geval met Pinksteren. We hebben ons in deze bijbelstudie afgevraagd hoe een gemeente of een leven, geleid door de heilige Geest, zal handelen. Met Pinksteren kwam de Geest op de gelovigen en zij stonden op en begonnen te spreken. En door de heilige Geest geleid en beheerst zeiden ze: “God heeft Hem èn tot Here èn tot Christus gemaakt, deze Jezus, die gij gekruisigd hebt” (Hand. 2:36). God heeft Hem tot Heer gemaakt en door de kracht van dat getuigenis kwamen duizenden mensen tot overtuiging van zonde. Er was een nieuwe schepping gekomen en velen werden die dag geboren. De laatste Adam zag die dag Zijn zaad van boven geboren worden. Gods getuigenis en bevestiging is altijd en alleen op grond van de erkenning van Jezus Christus als Hoofd en Heer. Wij zullen nooit tot deze volheid komen tenzij Jezus Heer is. We worden gezegend als we Hem als onze Heiland kennen, maar de volheid komt pas als Hij tot Heer gemaakt wordt. Dan gaan we binnen in de hemelse dingen en worden gelijkvormig gemaakt aan Zijn beeld.

T. Austin-Sparks wilde dat wat om niet werd ontvangen ook om niet wordt gegeven, zodat zijn boeken en artikelen geen copyrights kennen - toen noch nu. Het gebruik van deze artikelen slaat u dus vrij, maar als u iets van deze site doorgeeft aan anderen vragen we u wel dit net zo te doen, d.w.z. zonder aanpassingen, kosten of copyrights.