Austin-Sparks.net

Wie Overwint

door T. Austin-Sparks

Hoofdstuk 1 - De Staat van de Overwinnaar

a) Gerechtigheid uit het geloof

De vijand is in de eerste plaats gekant tegen de staat van de overwinnaars, dat is de staat van de Gemeente, zoals de Heer die wil hebben. Wat bedoelen we met de staat? Dat is de gerechtigheid die uit het geloof is. Geliefden, vindt gerechtigheid die de gerechtigheid van God zelf is, en u hebt Satan volledig en volkomen op ieder punt verslagen. U bent daardoor alles kwijt wat Satan grond geeft, wat hem hoop geeft. U hebt nu niets meer te maken met het oordeel Gods. Onthoud dat Satan omvergeworpen is op het moment dat u een staat van gerechtigheid binnengaat, die Gods eigen gerechtigheid is. Om zijn positie te kunnen handhaven en zijn werk te kunnen doen, moet de satan een basis van ongerechtigheid vinden, een toestand van ongerechtigheid teweegbrengen en mensen in een toestand van ongerechtigheid zien te krijgen. U kunt het hele Woord van God nagaan en zien hoeveel dit ene gegeven verklaart. Satans kracht ligt altijd daar waar ongerechtigheid is. Satans koninkrijk is niet iets officieels, het is moreel. Juister gezegd, het is immoreel, maar u begrijpt wat ik bedoel. Het is een kwestie van een morele staat. We moeten ons idee over het woord “koninkrijk” misschien herzien; het koninkrijk van Satan of het koninkrijk van God moeten we niet zien als iets officieels, als een rijk waarin bepaalde ambtenaren zijn aangesteld om te regeren. De heidenen hoeden met een ijzeren staf in dat koninkrijk, betekent niet slechts dat God een staat vestigt op aarde of in de hemel en daarin mensen aanstelt om gezagsposities te bekleden. Dat is niet het geval. Dat is officieel. Dit alles is een morele aangelegenheid. Satans koninkrijk stort onmiddellijk in waar u een staat van gerechtigheid Gods vindt. Hij heeft geen macht meer als u in die positie komt.

Ik heb gezegd dat Gods oordeel aan u voorbijgaat, als u binnengaat in de staat van goddelijke gerechtigheid. U kent dat verhaal van Abrahams voorbede voor de steden der vlakte. God kondigde via Zijn boodschapper aan dat Hij de stad ging verwoesten, en Abraham maakte er een discussiepunt van: “En de rechtvaardigen dan? Gaat U de rechtvaardigen samen met de goddelozen vernietigen?” God zei: “Nee, dat kan Ik nooit doen. Dat zou betekenen dat Ik Mijzelf vernietigde. Dan is het aan jou, Abraham, om de rechtvaardigen te vinden en als je ze vindt, dan kan Ik niet verwoesten; dat zou betekenen dat Ik de hand aan Mijzelf sla.” Dan probeert Abraham van hoog tot laag een aantal te vinden waarvan hij denkt dat het zijn beroep op God zou rechtvaardigen en een voldoende basis zou vormen om aan Gods eis te voldoen. Hij moest het aantal steeds kleiner maken. Vijf rechtvaardigen! Nee, hij kon er geen vijf vinden. Daarom is God gerechtvaardigd in Zijn oordeel. Als Abraham ook maar een greintje gerechtigheid van God gevonden had onder de Sodomieten, dan had God het oordeel niet kunnen voltrekken. Gerechtigheid is iets geweldigs, tenminste de gerechtigheid die van God komt, niet die van ons. “Al onze gerechtigheden zijn als een bezoedeld kleed.” Er is geen gerechtigheid in ons. Nee, we spreken nu over de gerechtigheid van God. De hele bijbel door, vanaf de tijd van Abel, zien we dat het gaat om de gerechtigheid die op grond van het geloof is. We denken aan die geweldige brief van Paulus, die zo beknopt maar volledig naar voren brengt, dat het alleen gaat om de gerechtigheid die uit het geloof in Jezus Christus voortkomt. Wat een kracht ligt daarin!

Gods gedachte voor Zijn eigen volk is dat ze voor Hem zullen staan, bekleed met Zijn eigen gerechtigheid. Wat een geweldige staat! Stel je voor, de gerechtigheid van God zelf die ons omhult, zodat God, als Hij naar ons kijkt, niets anders ziet dan Zijn eigen gerechtigheid, en niets van wat we van nature zijn. Laten we vooral niet denken dat dit te elementair is, geliefden. Dit is iets waar uiteindelijk alles om draait; dit is een van de belangrijke punten voor de overwinnaar in de eindtijd. Dit is het punt dat Satan tot het laatst toe aanvecht. Als hij u of mij zover kan krijgen dat we deze grond van het geloof verlaten, en veroordeling aanvaarden onder zijn beschuldigingen, dan heeft hij gewonnen. Als hij een kind van God ontmoet dat, ondanks alle beschuldigingen en alle werkingen van het vlees en alles wat Satan, de grote rossige draak, in woede en wreedheid en haat en beschuldiging en macht tegen hem kan uitrichten, niettemin op zijn grond in geloof blijft staan en zegt: “Ja, dat kan allemaal best waar zijn, maar in Gods ogen, door het geloof in Christus Jezus, ben ik een deelgenoot van Zijn eigen gerechtigheid”, dan is Satan verslagen. Dat is de overwinnaar. Het is een zaak van een staat door geloof.

Waarom is Satan zo tegen ons? Om ons te vernietigen? Nee, niet op de wijze zoals wij dat soms denken. Hij mikt op het doel en dat is het geloof dat zich richt op de gerechtigheid van God in Jezus Christus. Dat is zijn bedoeling en daarom wordt gerechtigheid wel het pantser genoemd. U weet wel dat er in Jesaja 59:17 staat: “Hij bekleedde Zich met gerechtigheid als met een pantser.” En in Efeze 6:14 lezen we de uitdrukking: “het pantser der gerechtigheid” (S.V. het borstwapen). Ziet u, de “edele delen” van ons geestelijk wezen staan op het spel — het borstwapen der gerechtigheid. Het is de bedekking van het hart. Maar wat bedoelen we met de bedekking van het hart?

We willen enkele schriftgedeelten daarover opslaan en zien wat daarmee bedoeld wordt. In de brief aan de Hebreeën wordt het met andere woorden heel duidelijk verklaard: “Welke was een afbeelding voor dien tegenwoordigen tijd, in welken gaven en slachtofferen geofferd werden, die dengene, die den dienst pleegde, niet konden heiligen naar het geweten… Hoeveel te meer zal het bloed van Christus, Die door den eeuwigen Geest Zichzelven Gode onstraffelijk opgeofferd heeft, uw geweten reinigen van dode werken, om den levenden God te dienen?” (Hebr. 9:9,14 S.V.).

Het is een zaak van het geweten, in je hart. Je hebt een slecht geweten, je voelt je in je hart niet op je gemak. Wat doe je daar aan? Wat een geweldige woorden zijn dit toch! Laten we het nog eens lezen. “… die… niet konden heiligen naar het geweten” (Eng.Vert.: “die, wat het geweten betreft, de aanbidder niet volmaakt kunnen maken”). Houd die woorden vast: “…wat het geweten betreft … niet volmaakt.” Dat is de vraag waar het om gaat. Daar is God op uit: een volmaakt geweten. Nu staat er dat deze gaven en offers, die slechts symbolen waren, dat nooit tot stand konden brengen, maar dat “het bloed van Christus, die door de eeuwige Geest Zichzelf als een smetteloos offer aan God gebracht heeft”, het geweten reinigt. Zo wordt het geweten volmaakt. Hoe brengt het bloed van Christus dit tot stand? Er is gerechtigheid in het bloed. Dat bloed is de onvergankelijke natuur van het leven van Christus. Onvergankelijk! Je kunt het woord ook vertalen met onbederfelijk. Wat een woord! Een natuur die niet kan worden aangetast door het verderf, het ligt buiten het bereik van het vergankelijke. “Wie van u overtuigt mij van zonde?” Is er ooit een mens geweest die de wereld zo kon uitdagen? “Want Gij geeft mijn ziel niet prijs aan het dodenrijk, noch laat Gij uw gunstgenoot de groeve zien” (S.V. “Gij zult niet toelaten dat uw heilige de verderving zie” Ps. 16:10). Onmogelijk! Dat wordt in Handelingen geciteerd, nadat er gezegd is: “God evenwel heeft Hem opgewekt, want Hij verbrak de weeën van de dood, naardien het niet mogelijk was, dat Hij door hem werd vastgehouden” (Hand. 2:24). En dan volgt in vers 27: “Omdat Gij mijn ziel niet aan het dodenrijk zult overlaten, noch uw heilige ontbinding doen zien.” De dood heeft geen macht over Hem omdat er geen bederf was. Onbederfelijkheid is de vernietiging van de macht van de dood.

Het bloed van Jezus Christus is de waarde van Gods eigen gerechtigheid en Satan is tegen het bloed omdat het de gerechtigheid is. Het persoonlijk toeëigenen van dat kostbare bloed, van die goddelijke gerechtigheid, door het geloof, is het wat alle macht van de satan gaat vernietigen. “En zij hebben hem overwonnen door het bloed van het Lam.” Het bloed is allesomvattend, maar in verband met het doel dat ons nu voor ogen staat zouden we ook kunnen zeggen: “Zij hebben hem overwonnen door de gerechtigheid die uit het geloof is.” Dat is het woord van hun getuigenis, een pantser dat het geweten beschermt en verdedigt. Hoe kunnen wij ons geweten verdedigen tegen de aanklager, wiens ene oogmerk is ons op de een of andere wijze opnieuw in ons geweten onder veroordeling te brengen? Hij wil ons er toe brengen dat we in ons hart weer die veroordeling aanvaarden. Wat moeten we daartegen doen? Hoe kunnen we ons daartegen verdedigen? Door het pantser der gerechtigheid, Zijn gerechtigheid, Zijn onverderfelijke leven dat in Gods ogen het onze is door geloof.

Ik ben ten zeerste overtuigd van de noodzaak van zo’n woord. U denkt misschien dat dit het abc van het evangelie is. Dat is het ook, maar het is meer dan dat. We zullen ontdekken als we verdergaan, dat Satan proberen zal ons af te matten, en wel door ons te overtuigen van onze eigen onwaardigheid, onze eigen slechtheid en zondigheid, van onze afschuwelijkheid, van alles wat we zijn en niet zouden willen en moeten zijn, en van alles wat we niet zijn en zo graag zouden willen zijn. Hij zal nooit ophouden ons op die grond te benaderen. Als u er over nadenkt hoe u tegen de satan kunt vechten, hoe u de tegenstander tegemoet kunt treden en hem overwinnen, weet dan dat het alleen op deze wijze kan. Dit is geen objectieve strijd. U kunt de vijand niet op een objectieve manier tegemoet treden. U ervaart de strijd in uw eigen hart. Zij die grote woorden spreken over de overwinning van Golgotha en zo, zijn misschien de hele tijd alleen maar een speelbal in de hand van de satan, omdat hun overwinning niet gebaseerd is op gerechtigheid. Zo kunnen ze totaal verslagen worden. Hier hebben we het getuigenis van het bloed nodig. U en ik achten het bloed van Jezus kostbaar. Die kostbaarheid ligt hierin dat het een einde maakt aan de macht en het gezag van Satan. Door het bloed komen we tot de troon. Stel u dat niet te letterlijk voor; het is vooral een geestelijke werkelijkheid, een geestelijk en zedelijk regeren. Maar als we nu in deze tijd niet tot die ervaring komen, dan is er niet veel hoop dat dat aan het einde der eeuwen zo zal zijn. We moeten hier nu reeds iets van kennen. Het is een wezenlijk punt om met Hem te heersen. “Zij, die de overvloed van genade en van de gave der gerechtigheid ontvangen, zullen leven en als koningen heersen…” (Rom. 5:17). Dat betekent dat we nu in geestelijke en zedelijke zin een troon tegen de vijand stellen. Moge de Here dit woord in ons hart beschermen!

Broeders, als ons hart ons niet veroordeelt zijn we in een sterke positie en de vijand in een zwakke! Hoe is dat mogelijk? “Het bloed van Christus, die door de eeuwige Geest Zichzelf als een smetteloos offer aan God gebracht heeft, reinige uw geweten…” “Als ons hart ons niet veroordeelt…” Romeinen 8 volgt op Romeinen 6. Het kruis in Romeinen 6 doet alle grond van ongerechtigheid weg en, “Zo is er dan nu geen veroordeling meer.”

b) Een leven beheerst door het principe van gerechtigheid

Als ons hart, het wezen van onze geestelijke mens, bekleed is met Gods gerechtigheid, moet daar tevens een leven zijn dat beheerst wordt door het principe van gerechtigheid. Zo wordt dat woord uit de Psalmen toegepast op de Here Jezus in Hebreeën 1: “Gerechtigheid hebt Gij liefgehad en ongerechtigheid hebt Gij gehaat; daarom heeft U, o God, uw God met vreugdeolie gezalfd boven uw deelgenoten.” Weet u wat er meteen aan voorafgaat? “Van de Zoon zegt Hij: Uw troon, o God, is in alle eeuwigheid en de scepter der rechtmatigheid is de scepter van zijn koningschap.”

“Gerechtigheid hebt Gij liefgehad en ongerechtigheid hebt Gij gehaat.” Dat is een staat van het hart. Een pantser van gerechtigheid! Dit koper moet een sterke haat zijn tegen ongerechtigheid en een sterke liefde voor gerechtigheid, die het leven kenmerken. Met dit punt van praktische gerechtigheid moeten we echt bezig zijn. Onze staat is heerlijk, de staat die wij door geloof ontvangen hebben, maar Hij die de Rechtvaardige was, werd Zijn hele leven door geleid door rechtvaardige belangen en van Hem staat er: “Gerechtigheid hebt Gij liefgehad.”

Ik wil nu niet meer zeggen dan dat dit het is wat iemand tot een overwinnaar maakt. De allereerste toepassing van dat woord was voor Efeze. Wat was er aan de hand met de Efeziërs? “Gij hebt uw eerste liefde verzaakt. Gedenk dan, van welke hoogte gij gevallen zijt.” U ziet het principe: gevallen! Die liefde, die eerste liefde, die liefde tot gerechtigheid, gepaard met een haat tegen ongerechtigheid, is op de een of andere wijze aangetast, gekwetst, en het heeft hen van hun geestelijke hoogte doen vallen, uit de hemelse gewesten die in de Efezebrief genoemd worden. Het is Satan begonnen om deze staat. Als hij ons daar kan raken, heeft hij ons van de troon verjaagd door zijn misleiding. Hij heeft ons uit de hemelse gewesten verdreven en daar is het hem om te doen. Immers, deze staat, dit overwinnaar-zijn door het bloed, betekent uiteindelijk dat er geen plaats meer voor hem is in de hemel (Openb. 12:8). De draak en al de zijnen zijn neergeworpen! Hoe? Zeker niet door een objectieve strijd, maar omdat er een volk gekomen is tot die volkomen positie: gerechtigheid op grond van het geloof! Ze zijn daar gekomen ondanks elke vorm van tegenstand en vijandschap, ondanks al de woede van de rossige draak. Ze hebben gestaan, die positie ingenomen en zo zijn ze tot de troon gekomen. Dit is het waar de vijand tegen gekant is. Hoe kan hij zijn doel bereiken? Door de waarde van het bloed aan de kant te schuiven. Hij doet alles om aan de Gemeente het machtige getuigenis van het bloed te ontnemen. Hij probeert op allerlei wijze de heiligen een andere positie te doen innemen dan die van de volkomen gerechtigheid, die ze door het geloof ontvangen. De Here behoede ons ten dage van de woede van de draak en beware ons in deze positie. Het is níet iets romantisch. Het treft ons in ons verborgen leven, daar waar we alleen zijn, op een moment dat we vermoeid zijn of uitgeput, of niet goed in orde, of als de situatie ontmoedigend is. De vijand roept allerlei beelden op, stelt ze ons voor ogen en zegt: “Zie je dit en dat en dat?” en zo probeert hij ons de moed te ontnemen en dan zegt hij: “Je hebt het mis, weet je!” Dan beginnen wij te zeggen: “Het moet haast wel zo zijn; we moeten het wel mis hebben, anders zou dit niet gebeurd zijn!” Hij werkt uiterst subtiel en uiterst wreed. De draak vertrapt de zwakke en kent geen medelijden met hem. O, die wreedheid van de draak! Wat is het toch belangrijk om dat wezenlijke geloof, het geloof van de Zoon van God te hebben! Moge de Here ons trouw houden!

T. Austin-Sparks wilde dat wat om niet werd ontvangen ook om niet wordt gegeven, zodat zijn boeken en artikelen geen copyrights kennen - toen noch nu. Het gebruik van deze artikelen slaat u dus vrij, maar als u iets van deze site doorgeeft aan anderen vragen we u wel dit net zo te doen, d.w.z. zonder aanpassingen, kosten of copyrights.